Leven is leren van je ervaringen en fouten horen daarbij.- Leren is aangeboren, en hoeft dus niet afgedwongen te worden, alleen ondersteund.
- Spelen is de natuurlijke manier om te leren in een complexe, uitdagende omgeving.
Spelend leren en goede fouten maken
Elk moment van ons leven zijn we bewust of onbewust aan het leren. Leren is voor mensen van levensbelang, en we zijn er bij uitstek voor gemaakt. We zouden niet niet kunnen leren, zelfs al hadden we het graag. Nieuwe ervaringen dagen ons uit om ons beeld van de werkelijkheid bij te stellen. Creatief spelen is dé manier bij uitstek om te leren, we doen dingen waarvan we nog niet precies weten wat de gevolgen zullen zijn. Spelen is bij alle dieren een manier om te leren zonder dat fouten ernstige gevolgen hebben; stoeien is vechten zonder tanden en klauwen. Mensenkinderen doen in fantasie en rollenspel ervaring op met complexe sociale omstandigheden en experimenteren is eigenlijk gewoon spelen met onze omgeving. Fouten zijn waardevol, omdat ze ons wijzen op onvolkomenheden in ons begrip van de werkelijkheid. Als we echter consequenties gaan verbinden aan fouten maken dan gaat het spel-element verloren; beoordelen en sturen is de beste manier om nieuwsgierigheid en leren door spelen te ondermijnen. In Jeugd in vrijheid (Appleton, 2005) staat een mooi voorbeeld: Geen ouder zou zijn kind dwingen in een boom te klimmen als het dat niet durft, maar op school doen we niet anders. het kind verstijft uit angst en we prijzen ons zelf als we door praten, schreeuwen en verleiden het kind weer iets hoger in de leerboom hebben gekregen.
De reden waarom wij ons verzetten tegen externe dwang is misschien heel simpel; onze natuurlijke manier van leren is door te spelen. Pas als we ons competent voelen gaan we geleidelijk de echte uitdaging aan. In vroegere tijden betekende ongeoefend iets proberen vaak een zekere dood. Een aanstormende leeuw proberen te doden als je nog nooit een dier groter als een hagedis hebt gevangen is een erg slecht plan. En toch gooien we kinderen figuurlijk al heel jong voor de leeuwen; we leggen ze iets uit, laten ze er even mee oefenen en verbinden daar meteen zware consequenties aan. Het rode potlood, afkeuring, extra werk en zelfs zitten blijven (en daarmee het verlies van de vertrouwde omgeving) zijn zware gevolgen voor iemand de nog niet zeker is van zijn eigen kunnen. Het kind wordt bedreigd in zijn veiligheid en trekt zich terug, wordt bang, gaat onderpresteren of wordt juist agressief, gaat in de aanval en wordt strontvervelend.
Fouten waarderen als leerkansen betekend dus het vrijwaren van ernstige gevolgen. In het democratisch onderwijs kan er best traditioneel geleerd en zelfs getoetst worden, als het maar op vrijwillige basis gebeurt. En daarin zit tevens het grote verschil met Het Nieuwe Leren (HNL):
- HNL gaat uit van de onoverkomelijkheid van wat er geleerd moet worden. Het sociaal constructivisme wordt opgevat als uitgangspunt voor het ontwerpen van de lesstof; het HOE. Voorbeeld: binnen het HNL wordt rekenen gegeven omdat het deel uitmaakt van de kerndoelen. Aangezien sociaal-constructivisme zegt dat leerlingen zelf betekenis moeten geven wordt er veel tijd besteed aan het aanpassen van de leerstof aan de belevingswereld van de kinderen. Rekenprojecten moeten leuk, interessant en uit het leven gegrepen zijn.
- Democratisch onderwijs gaat uit van het sociaal constructivisme als theorie over het leren in het algemeen; het WAAROM. Over het HOE maakt men zich niet bijzonder druk: dat een zaak tussen leraar en leerling. Voorbeeld: Een leerling wil piloot worden, en hij weet dat hij daarvoor goed moet kunnen rekenen. Rekenen is daarom voor hem een betekenisvol onderdeel van zijn werkelijkheid. Vervolgens spreekt hij met een docent af om op een zeer schoolse manier de stof door te nemen aangezien uit het leven gegrepen rekenopdrachten enkel af zouden leiden van zijn doel; zo snel mogelijk goed leren rekenen.
We gaan er dus niet vanuit dat een kind per definitie vanzelf leert, zoals ten onrechte vaak is aangenomen. We gaan er vanuit dat een kind uit zichzelf leert, en daarbij afwisselend gebruik maakt van zijn eigen ervaringen, contact met andere kinderen en hulp van volwassenen. Er zijn kinderen die zichzelf leren lezen, en er zijn kinderen die dat niet doen en hulp vragen. De achterliggende gedachte is echter dat vrijwel elk kind op een gegeven moment wil lezen omdat het deel wil nemen aan de cultuur waarin het leeft. Een 100% garantie kun je niet geven, maar men moet goed bedenken dat geen enkel schoolsysteem die garantie kan bieden: ik heb veel functionele analfabeten gezien die van een gewone school kwamen en pas in het democratisch onderwijs leerden lezen. Hoe goed ze dit leerden was vaak omgekeerd evenredig aan de hoeveelheid frustratie die ze hadden opgedaan. De enige garantie die het regulier onderwijs biedt ten aanzien van lesstof is dat ze het heeft behandeld (Van Emst, 2002, blz 17). De garantie die een democratische school kan geven is dat een kind geen weerzin tegen leren zal krijgen, wat een wellicht een veel betere basis is voor de toekomst.
literatuur:
Appleton, M. (2005) Jeugd in vrijheid. Syntax Media: Arnhem
Diamond, J. (2001) De derde Chimpansee: evolutie en toekomst van het dier dat mens heet. Het Spectrum: Utrecht
Emst, A. (2002) Koop een auto op de sloop: paradigmashift in het onderwijs. Utrecht: APS
Hewlett, B.S. & Lamb, M.E. (2005) Hunter Gatherer childhoods: Evolutionary, developmental & cultural perpectives. Transaction: New Yersey
Konner, M. (2002) The tangled wing: Biological constraints on the human spirit. New York: Owl books
Websites:
http://www.psychologytoday.com/blog/freedom-learn









