De fundamenten van democratisch onderwijs

Vrijheid, gelijkwaardigheid,inspraak en omgeving; de fundamenten van democratisch onderwijs

Dit artikel is met name bedoeld als discussiestuk rondom de nieuw op te zetten school in het Rijk van Nijmegen. De drie uitgangspunten zoals ik die hier noem zijn redelijk universeel, maar de drie omgevings pijlers en de visie daarop kunnen van school tot school verschillen.

Democratisch onderwijs is een dynamisch begrip zonder harde grenzen. Een onderwijsvisie zonder grenzen is echter gedoemd te mislukken en af te drijven richting regressie (volledige chaos kan ook maar komt toch veel minder voor) tot bekende en “veilige” vormen van onderwijs. Het overgrote deel van de democratische scholen voldoet daarom aan de volgende drie uitgangspunten:

  • vrijheid tot het volgen van de eigen leerweg
  • gelijkwaardigheid tussen kinderen en volwassenen
  • inspraak voor leerlingen in het dagelijkse bestuur van de school

De interpretatie van deze kenmerken blijft een voortdurend zoeken; voor elke groep mensen is het zaak een vorm te vinden die past bij hun aanleg, behoeften en wensen. Waar echter expliciet afstand wordt genomen van één van deze kenmerken ligt in mijn ogen de grens met het overige (maar ook zeer waardevolle!) vernieuwings onderwijs. Maar soms is dit ook een gevoels-kwestie: zo heb ik op een freinet school gewerkt waar gelijkwaardigheid een belangrijk thema was, maar niet concreet gemaakt werd. De kinderen hadden nog steeds te te luisteren naar de docent en konden niet naar eigen inzicht dingen ondernemen, door het gebouw lopen of een kopje thee of koffie gaan halen zoals de docenten. Ook zijn veel voormalige iederwijsscholen overgegaan tot gestructureerd en verplicht aanbod – maar daar kom ik later nog op terug.

Vrijheid van of vrijheid tot

De gebruikte begrippen kunnen dus identiek zijn aan het democratisch onderwijs, de uitwerking voldoet niet altijd aan de intuïtief meest logische invulling daarvan. “Vrijheid” wordt door veruit de meeste mensen opgevat als de afwezigheid van dwang (negatieve vrijheid of freedom), en veel minder vaak als de mogelijkheid een bepaald doel na te streven (positieve vrijheid of liberty). En toch zijn overheden en ook scholen vaak geneigd de laatste opvatting van vrijheid  als uitgangspunt te nemen.  Volgens de liberale denker Isaiah Berlin is het daarom noodzakelijk negatieve en positieve vrijheid expliciet te maken. Harmonie tussen individu en gemeenschap bestaat bij de gratie van een helder “contract” waarin iedereen weet waar hij aan toe is. Op democratische scholen komt dat tot uiting in het bestaan van verplichting tot deelname aan sommige activiteiten, zoals vergaderingen over ingrijpende veranderingen, commisies waarin men verkozen is of bijvoorbeeld ontruimingsoefeningen. Deze inbreuken op de negatieve vrijheid zijn echter op democratische wijze tot stand gekomen en iedereen heeft mee kunnen praten en stemmen. Dat ze er toch zijn laat zien dat mensen en ook kinderen heel goed beseffen dat je soms wat negatieve vrijheid op moet geven om een veilige en leefbare gemeenschap te hebben. Op grotere schaal zien we echter terughoudendheid om mensen mee te laten beslissen over zaken die ten kosten gaan van hun negatieve vrijheid; de relatie tussen staat en burger, maar ook tussen school en leerling is meestal wantrouwig van aard.

Gelijkwaardigheid

Gelijkwaardigheid in het democratisch onderwijs wordt opgevat als

  1. juridische gelijkheid
  2. respect voor de ander als mens

Juridische gelijkheid betekent dat kinderen en volwassenen beoordeeld worden volgens dezelfde regels; als ik weg mag lopen uit een les om een kopje koffie te halen, mag een kind dat ook. Maar ook: als een leraar een kind uitscheldt of bedreigt kan hij daarvoor op dezelfde manier worden gestraft als wanneer een kind dat zou doen. Het erkent de rechten van het kind, maar het maakt ook dat volwassenen minder verkrampt hoeven te doen. We lossen het samen wel op! Zo heb ik zelf eens in een reflex een leerling van veertien geschopt (hij schreeuwde iets heel ongepasts in mijn oor terwijl ik aan de telefoon was en ik schopte niet hard), maar vanwege de gelijkwaardigheid werd dit geen drama met huilende ouders en rechtzaken tegen de school, maar een bespreking waar alle betrokkenen van konden leren; leerzamer dan tien lessen maatschappijleer.

Gelijkwaardigheid als respect voor de ander als mens is een dusdanig cliché dat het heel erg duidelijk moet worden uitgelegd. Op de freinetschool in mijn eerdere voorbeeld had men bijvoorbeeld een idee van gelijkwaardigheid als synoniem van respect. En dat op de manier die we zo vaak tegenkomen in het onderwijs: respect eisen!  Wat zich vooral uit in conformeren aan de wil van de leraar en niet pesten, slaan en stukmaken. Voor mij persoonlijk zijn dat onvergeeflijke vormen van newspeak: gelijkwaardigheid zeggen als je conformiteit bedoelt.  Om die reden ben ik ook een verklaard tegenstander van wollige schoolvisies waarin de woorden verbondenheid, respect, gemeenschap, vertrouwen, samenleven etc. voorkomen zonder heel erg duidelijk te maken wat je wel en niet bedoelt. Omdat dit soort visies al te makkelijk ontaarden in een morele dictatuur; zo heb je je te gedragen! Een onzichtbaar curriculum van houdingen en overtuigingen die net zo verstikkend kunnen zijn als de meest traditionele scholen.

In mijn optiek leren kinderen vooral van de daden van volwassenen, en niet of nauwelijks van hun woorden. Een docent die een verplichte les over respect geeft leert volgens mij daardoor geen respect aan, maar de overtuiging dat het prima is anderen te dwingen naar je te luisteren ook al hebben ze daar geen zin in. In essentie dus juist dis-respect.  En dat is de valkuil: wij zijn opgevoed te denken dat het om informatie-overdracht gaat, maar waarde-overdracht is de essentie van onderwijs. Daarom werken preken ook niet, of postbus-51 campagnes, posters etc. Het fundament van morele opvoeding is dus: voorleven. Respect voor de ander betekent respect geven, geven en geven. Respect eisen is in mijn ogen contra-productief. Respect is een gevolg van morele rijping en persoonlijke voorkeur. Op een democratische school hoeft een kind mij niet te respecteren. Het mag mij niet slaan of pesten – opvoeden is grenzen stellen – maar dat als respect omschrijven heeft een gigantische devaluatie van het begrip tot gevolg.

Respect voor de ander moet daarom volgens mij worden begrepen als iets wat je geeft en naar vermogen doet, en wat bij begeleiders min of meer 99% van de tijd verwacht mag worden. Omdat zij daarvoor kiezen en de verantwoordelijkheid dragen voor het voorleven van de belangrijkste waarden van de school. Bij kinderen gaat het om de mogelijkheid tot het ontwikkelen van een moreel bewustzijn. Maar wat nog niet af is, kan men ook niet verplicht stellen. Dus toch ongelijkwaardigheid? Nee, wel consequenties aan keuzes en vermogens.

Inspraak

Inspraak in het democratisch onderwijs is het hebben van een stem in het dagelijks bestuur van de school: afspraken en regels maar ook inrichting en in sommige scholen de aanname van nieuwe leerlingen en docenten. Ieders stem (van leerlingen én leraren) heeft evenveel gewicht in het uiteindelijke besluit en besluiten worden met enige regelmaat genomen.  In een wekelijkse vergadering waarbij iedereen zijn punten kan inbrengen en kan meestemmen of praten over de voorstellen van anderen. Deze continuïteit is nodig om ook nieuwe leerlingen te laten wennen aan deze vorm van invloed. Anders zal men op den duur de regels accepteren zoals ze zijn, en in geval van twijfel een volwassene om raad gaan vragen. Democratisch samenleven is een verworvenheid die enorm veel oefening vergt en een breed scala aan vaardigheden: geduld, aandacht, inlevingsvermogen, presentatie, standvastigheid, toegevelijkheid, betrokkenheid, mildheid, passie, berusting, planning, strategie en samenwerking (om er maar een paar te noemen). Daarom is het des te ongelooflijker dat we in het reguliere onderwijs kinderen voorbereiden op democratisch burgerschap door ze hooguit een keer inspraak te geven in een nietszeggende kwestie en een paar afleveringen school-tv over de immer doodsaaie tweede kamer te laten kijken.

Leren in een context: aanbod

Waar vrijheid, gelijkwaardigheid en inspraak als het ware de garanties vormen voor onbelemmerd leren, moet er ook aan de condities worden gewerkt. In mijn ogen maakt het niet zo heel veel uit of je een gestructureerd aanbod hebt of niet, maar of je genoeg gelegenheid hebt tot het opdoen van een veelheid aan indrukken die in overeenstemming is met onze aanleg en tevens voorbereid op de samenleving. Een democratische school is geen eiland, maar zou idealerwijs op moeten gaan in haar sociale omgeving. Ik heb geen modellen paraat waarmee ik kan beoordelen hoe rijk een omgeving moet zijn, maar wel een soort gevoel.  En met rijk bedoel ik geen volgepropte boekenkasten en posters op elke muur, maar de mogelijkheid tot interactie met mensen met verschillende interesses en talenten.

Grote democratische scholen zoals Sudbury Valley school (>200 leerlingen) kunnen volgens mij gemakkelijk een theorie van niet aanbieden hebben. Culturele verscheidenheid genoeg in een groep van 200 kinderen en nog eens een dozijn volwassenen. Voor een beginnende kleine school is dat volgens mij een ander verhaal. Totdat voldoende  massa bereikt is ben ik absoluut vóór het aanbieden van lessen. Anders krijg je een aanbod dat bestaat uit de toevallige hobbies en interessen van begeleiders en hulp-ouders. Een lesaanbod van gevoelsles, kleurles, djembeeles en intuïtieve dans is dan goed mogelijk.  Leuk voor sommige pony meisjes van elf jaar, maar voor andere kinderen (en begeleiders) een volslagen nachtmerrie: te eenzijdig. Het aanbod zou verrijkend en niet vernauwend moeten zijn, wat wil zeggen:

  • Een variatie aan verschillende inhouden, didactische werkvormen en interesse gebieden

De meervoudige  intelligenties van Gardner kunnen een bruikbaar instrument kunnen zijn om een gevarieerd aanbod mee op te stellen. De Knapvilla is een mooi voorbeeld van een gebouw waar ze dit hebben verbeeld (ik beschouw de meervoudige intelligenties zelf overigens slechts als een model, niet als wetenschappelijk feit en ook zou ik de school niet inrichten zonder inspraak van de leerlingen).

Een verrijkend aanbod slaat de brug tussen een kleine, beginnende school en de maatschappij. Verrijkend mag echter nooit verplichtend worden. “Gestuurd aanbod” is  in mijn ogen een pedagogische keuze die niet verenigbaar is met het uitgaan van volledig vertrouwen in ontwikkeling, zie hierover ook de presentatie van Tobias.

Samenvatting

Het pedagogisch concept van een democratische school is voor mij samen te vatten als drie uitgangspunten en drie omgevingspijlers (waarover meer in een volgend artikel):

Drie uitganspunten: vrijheid, gelijkwaardigheid, inspraak

  • vrijheid tot het volgen van de eigen leerweg
  • gelijkwaardigheid tussen kinderen en volwassenen
  • inspraak voor leerlingen in het dagelijkse bestuur van de school

Drie omgevings pijlers: sociaal, technologisch, biologisch

  • Sociaal milieu, bestaande uit kinderen van alle leeftijdsgroepen (4-18) en dat in het geval van een kleine school (<100 leerlingen) verrijkt kan worden door het gestructureerd aanbieden van (les)activiteiten over een breed en gevarieerd scala. Het aanbod zal echter vrij zijn en blijven, en men mag zich nooit gedwongen voelen tot het volgen van een bepaald aanbod.
  • Biologisch milieu, dat zou moeten bestaan uit een wilde, relatief ongestructureerde schoolomgeving; veel struiken, bomen, verstopplekken, veldjes. Om de variëteit en kwaliteit van de omgeving te verhogen zou ik er verder sterk voor pleiten om een groot deel van de tijd door te brengen in het bos, op het water,en in de nabijheid van dieren in zoverre het schoolterrein daarin niet beschikt.
  • Technologisch Milieu; techniek is de expressie van onze kennis van en interactie met de natuur. Om krachtig en relevant te zijn moet zij in mijn visie uitdagend zijn. Dit betekent kwalitatief goede spullen: een goed uitgerust en opgeruimd techniek en handvaardigheid lokaal, buitenruimte met veel gelegenheid tot spelen met water en vuur. En snelle, moderne computers waarop toepassingen zoals videobewerking en videoconferencing gewoon werken. Het leren moet niet stuklopen op de tekortkomingen van de omgeving; de omgeving moet juist uitdagen tot het zetten van nieuwe stappen.

Evenwicht

De negatieve vrijheid wordt gewaarborgd door het ontbreken van een curriculum, door inspraak, door gelijkwaardigheid en door intellectuele vrijheid.

De positieve vrijheid wordt gewaarborgd door een uitdagende sociale, natuurlijke en technologische omgeving.

Stuur door:
  • Print
  • email
  • PDF
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • LinkedIn
  • Google Bookmarks
  • MySpace
  • NuJIJ
This entry was posted in Democratisch onderwijs, Nijmegen, Onderwijs, Vrijheid and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to De fundamenten van democratisch onderwijs

  1. knutselen says:

    Wat een interessant artikel. Dank je..

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*


*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>