Keihard leren is misschien ook een alternatieve term voor natuurlijk leren. En dan bedoel ik met keihard niet onplezierig of veel, maar intensief en confronterend. Toen ik 4 jaar geleden stage liep op democratische school de Ruimte in Soest had ik het enorm naar mijn zin, maar ik miste iets. En ik had ook het idee dat sommige leerlingen iets misten (maar dat kan ook projectie zijn geweest). Hoe dan ook kwam ik op het idee om een project te verzinnen dat zó uitdagend, zó breed en zó pakkend zou zijn, dat je fluitend aan de kerndoelen zou voldoen en ook nog eens zou leren timmeren, verven, koken, plannen, kasboek bijhouden etc. Achteraf denk ik: waarom zoveel? Vond ik dat men te weinig leerde? Wilde ik voor mijzelf iets bewijzen? Nee, het was iets anders.
Terugkijkend denk ik dat ik in twee valkuilen ben getrapt: onzekerheid en fantasie. Omdat ik niet zeker wist of mijn project zou worden aangenomen of als meerwaarde zou worden gezien heb ik het té goed willen maken, en als ik mijn fantasie de vrije loop laat om iets héél goed te maken, dan berg je, want de sky ain’t the limit.
Oorspronkelijke plan
Het oorspronkelijke plan was het financieren, bouwen en varen van twee (!) zeilkano’s in ongeveer 15 weken tijd. Er zou één dag per week gebouwd worden, waarvan drie uur theorie, zeilles, zwemmen, survivalles, plannen en drie uur bouwen. De oorsponkelijke groep deelnemers bestond uit acht jongens in leeftijd acht tot zestien jaar.
De eerste periode verliep redelijk volgens plan hoewel ik de theorie en zeilles al snel heb laten vallen. Hiervoor waren twee belangrijke argumenten: 1) ik was slecht voorbereid waardoor ik niet wist te boeien; 2) de link tussen theorie en praktijk was te zwak, theorieles over zeilen moet direct in praktijk gebracht kunnen worden.
Voor de rest werd er flink hard én met enthousiasme gewerkt. De eerste peddels waren al snel klaar, en ook het uittekenen van de boten op het plaatmateriaal verliep ondanks het behoorlijke pittige niveau snel.
Leegloop
De kanteling kwam halverwege het uitzagen van de rompdelen. Omdat het mij veiliger, leerzamer en authentieker leek wilde ik zoveel mogelijk met de hand doen, en het liefst buiten. Ik had een tweedehands vracht-parachute gekocht als tent en dit was een heel sfeervolle, maar niet zo praktische oplossing. Late sneeuwbuien en windstoten maakten het ons behoorlijk moeilijk en ook het kampvuur kwam de taakgerichtheid niet echt ten goede. Daarnaast bleek het met de hand uitzagen van de rompdelen een ware beproeving die week na week voortsleepte, en mij uiteindelijk naar de decoupeerzaag deed grijpen. De vaart was er echter uit en het zou mij niet meer lukken de hele groep enthousiast te krijgen. Vanaf dit moment was het vaak afwachten wie er zouden komen en voor hoelang. Ook werd het technische niveau van het bouwen steeds hoger waardoor ik al mijn aandacht nodig had puur voor het op gang houden van het bouwproces. Van flowen naar kruipen. zo eindigde de eerste periode van vijftien weken. met nog maar vier deelnemers, en slechts één boot waar je vagelijk een kano in kon herkennen.
(geen geluid! – youtube vindt dat ik firestarer van The Prodigy niet had mogen gebruiken)
2008/2009
In het najaar van 2008 liep ik stage in het regulier, waardoor ik niet zoveel tijd had voor het project. In de winter was het doorgaans te koud en te nat om met epoxy/twee-componenten verf te werken. Pas met het nieuwe voorjaar kwam er weer schot in de zaak. In deze tijd had ik mijn concept van groepswerk ook opgegeven. Het voelde voor mij realistischer om uit te gaan van een leerling-gezel situatie, waarbij ik de mogelijk gaf te komen werken, maar zonder verwachting. Dit ontsloeg mij van het energie-rovende achter-mensen-aanlopen, en gaf een nieuwe, ontspannen manier van werken. Mijn idee was dat plezier hebben in je eigen werk vanzelf nieuwgierigheid oproept bij anderen. In het voorjaar van 2009 maakte de boot zijn eerste proefvaart op een plaatselijke vijver.
De technische uitvoerbaarheid bleef echter een probleem, net als de grote reisafstand van mijn huis naar Soest. Het gebruik van twee-componenten verf gaf ook veel gedoe. Een stof-vrije, goed geventileerde werkplaats bleek niet te realiseren. Aan het einde van het schooljaar was de boot geschilderd, maar mijn energie was helemaal op.
Afronding
In het najaar van 2009 was ik helemaal gefocust op het afronden van mijn studie. Rond december had ik het idiote plan opgevat om net als de Oostindië-vaarders met oud en nieuw uit te varen. Een plan dat gelukkig door het aanhoudende strenge winterweer werd verijdeld. Gedoe met leveranciers van spullen voor de boot maakten dat ik pas eind april weer aan de slag kon. Er moesten nog bankjes in en de peddels, roer en helmstok moesten nog gelakt worden. Met het eindejaarsfeest en de vakantie in zicht heb ik de laatste week van juni nog één keer alles uit de kast gehaald: de boot moest af! En dat is gelukt.
Opbrengst
Bij mijn leerlingen heb ik geen instrument om dat te meten zoals een leraar in het regulier dat heeft. Geen toets, geen cijfers. De boot is af, maar wie wat gedaan heeft valt niet meer te zeggen. Er is door iedereen naar inzicht en vermogen meegewerkt, ik ga dus ook niet vergelijken. De opbrengst zit in de mensen zelf, en is misschien pas over jaren zichtbaar, of niet. We gaan er binnenkort mee varen, dan hoop ik wat feedback te krijgen. Het heeft mij in iedergeval nederiger gemaakt, realistischer ook. Ik ben veel meer gaan geloven het de kunst is leerlingen zelf met dingen te laten komen en dit maximaal te ondersteunen. Ik zou deze boot niet nog een keer met kinderen willen bouwen. Daarvoor is hij te complex. Er zijn simpelere ontwerpen, die uit slechts drie tot vijf planken bestaan en geen gebruik maken van epoxy. De dertig uur bouwtijd die de ontwerper als indicatie gaf was in ieder geval erg optimistisch.
| WEl doen volgende keer | NIET doen volgende keer |
|
|
Wat ik echter zelf heel belangrijk heb gevonden voor mijzelf, maar ook voor de leerlingen is het doorzetten. Voor mij is goed onderwijs gewoon het voorleven van volwassenheid. En afmaken waaraan je begint is een belangrijk aspect van volwassenheid. Ik heb minder dan de helft van de vooraf vastgestelde leerdoelen gehaald. Maar ik hoop dat ik heb kunnen overbrengen dat je met visie, vastberadenheid en de nodige inspanning je dromen kunt verwezenlijken.
Een goed vaart gewenst!











Ilja, dank voor je prachtig beeld van dit Bontekoeproces!
Ik heb met plezier naar je verhalen geluisterd en je filmpjes gekeken. Het laaste deel is door mijn afwezigheid aan mijn aandacht ontsnapt maar wat beschrijf je helder wat je hebt meegemaakt, welke verwachtingen en keuzes en rol speelden. En hoe mooi spiegelt zich dat in dat ene bootje met die ene jongen en die ene ‘regiseur’!
Dank voor het laten meebeleven. Succes met het vervolgen van jouw proces!
Groet, Edmée