Wanneer men het heeft over radicaal vernieuwings onderwijs, het nieuwe leren (HNL), nieuwe-tijds-kinderen en zo voorts moet ik altijd hartelijk lachen. Wat er namelijk nieuw is – dat is het traditionele onderwijs. Nieuw, en ook erg radicaal (in negatieve zin) als men de rest van de menselijke geschiedenis in ogenschouw neemt.
Het uitgangspunt van mijn onderwijsvisie wordt gevormd door het idee dat we evolutionair nog steeds vrijwel identiek (maar niet helemaal, zie Cochran & Harpending. 2009) zijn aan onze voorouders en dat de hedendaagse cultuur op gespannen voet staat met onze aangeboren behoeften en mogelijkheden. Onder hedendaagse jager-verzamelaars zijn er een aantal algemene kenmerken in de omgang met hun kinderen die voort lijken te komen uit een gemeenschappelijk evolutionair aanpassingsmilieu (EEA of environment of evolutionary adeptedness). We spreken dan over het Hunter-gatherer childhood (HGC) model. (Hewlett & Lamb. 2005: blz. 19) Er zijn sterke aanwijzingen voor de geldigheid van dit model. Verontrustend is dat onze gebruikelijke manier van omgaan met kinderen totaal niet overeenkomt met dit model. Of en hoe precies dit verschil effect heeft op onze hedendaagse samenleving is nog niet voldoende onderzocht, maar ik durf rustig te zeggen dat veel van de sociale, psychische en zelfs fysieke problemen die mensen ondervinden terug te voeren zijn op dit probleem.
Uniforme kenmerken van jager-verzamelaars
Aspecten van het menselijk gedrag zoals zorg voor de jongen en sociale organisatie zijn mogelijk 30 tot 40 miljoen jaar terug te traceren en nog steeds waar te nemen bij verwante primaten (chimpansees, bonobo’s). Het moment waarop we over mensen spreken is wat arbitrair, maar tijdstippen tussen 4 miljoen en 40.000 jaar geleden zijn verdedigbaar (Gray, 2009). Wat al onze voorouders tot ongeveer 10.000 jaar geleden in ieder geval gemeen hadden was dat ze leefden van verzamelen en eventueel jagen. Dit onderscheid tussen jagen en verzamelen als zodanig is wellicht een cultureel vooroordeel (Lee & Devore, 1968; Zeiss Stange, 1997) maar omwille van de tijd gaan we daar nu niet op in. Enerzijds is het haast onmogelijk om de cultuur van onze voorouders te reconstrueren. Zelfs hedendaagse jager-verzamelaars laten een grote variëteit aan culturele vormen zien (Konner, 2002. blz 5) en de eerlijk gebied te zeggen dat romantisering als edele wilden niet op zijn plaats is. Anderzijds zijn generalisaties op bepaalde gebieden wel mogelijk. Onder de jager-verzamelaars is er een soort die niet op één plek blijft, geen voedsel bewaart en geen sociale hiërarchie kent, de zgn. egalitaire jager-verzamelaars. Onder hen rekenen we de !Kung, Hadza, Ache, Efe, Agta, Aka, Mbuti, Batek, Nayaka, Parakana en de Yiwara en nog een paar anderen, maar die vallen buiten het bestek van de hier genoemde studies. Van deze groepen kan men over het algemeen zeggen dat ze;
Een lage bevolkingsdichtheid hebben, nomadisch zijn binnen grote maar vastliggende gebieden, grote kennis van eetbare planten en dieren, geweld proberen te vermijden, besluiten maken op basis van consensus, gelijkwaardigheid kennen, weinig bezit hebben en bijna alles delen, geen specialisaties hebben behalve genderrollen, weinig tijd besteden aan het levensonderhoud (Gray 2009; Lee & Daly, 1999, Konner 2002) En meer specifiek met betrekking tot opvoeding is de afwezigheid van direct onderwijs en formele instructie; volwassenen houden zich niet bezig met het onderwijzen van kinderen, kinderen leren door observatie (Hara 1979, Harako 1980, Yamamoto 1997) en door spel (Gray, 2009, Hewlett & Lamb 2005: blz. 343 ev.).
Kenmerken van de opvoeding bij jager-verzamelaars
Volgens Melvin Konner (Hewlett & Lamb, 2005, blz 64) zijn op basis van vergelijkend antropologisch onderzoek de volgende opvoedings kenmerken als redelijk universeel te beschouwen bij jager-verzamelaars:
- nauw fysiek contact
- Belang van de moeder in gevarieerde sociale context
- zorg gericht op tegemoet komen en bevredigen van de kinderlijke behoeften
- regelmatige borstvoeding
- spenen tussen 2 en 4 jaar
- Over het algemeen hoge mate van bevrediging van behoeften
- kindergroepen van gemengde leeftijd
- variabele verantwoordelijkheid van kinderen
- relatief weinig controle over de puberale seksualiteit
Opvallend is de overeenkomst van deze wetenschappelijk verkregen lijst met de inzichten van Rousseau, A.S. Neill, Wilhelm Reich, Jean Liedloff en vele andere pedagogen en onderwijsvernieuwers. Zij hebben allemaal het belang benadrukt van de bevrediging van de (vroeg)kinderlijke behoeften op een zo natuurlijk mogelijke manier. Latere neuroses zouden een gevolg zijn van tekortkomingen op deze gebieden. Punten 1 tot en met 5 zijn grotendeels zaken die zich afspelen in de voor-schoolse leeftijd en hebben alleen betekenis voor ons omdat veel van het latere gedrag op school hierin geworteld is. Een kind dat verwaarloosd is als baby heeft vaak grote moeite met de vrijheid van een democratische school omdat wantrouwen en regressie het sociale contact belemmeren (Appleton, 2005. blz 102 ev) Over het algemeen kan men echter stellen dat de mogelijkheid eventuele schade ‘in te halen‘ op een democratische school voldoende kans geeft op een succesvolle ontwikkeling. A.S. Neill gaf zijn leerlingen in eerste instantie een soort van psycho-therapie, maar hij hield daarmee op toen bleek dat kinderen zonder therapie ook herstelden. Zijn conclusie was dat het de vrijheid was, en niet de therapie die de kinderen beter maakte. (Neill 1972)
Punten 6 tot en met 9 zijn zaken die allemaal overeenkomen met de praktijk op de meeste democratische scholen maar niet met reguliere scholen. Gedwongen worden stil te zitten, te luisteren, eten en naar de wc gaan op vaste tijden, klassen met alleen leeftijdsgenoten, geen controle over de eigen bezigheden en het afkeuren of ontkennen van seksualiteit zijn algemene kenmerken van traditionele scholen en de samenleving als geheel. Je zou met gemak kunnen zeggen dat onze huidige cultuur een volledige antithese vormt van het HGC model. Een factor die in bovenstaande lijst niet expliciet is genoemd is spel.
Spel als leerweg en bindmiddel
Ontwikkelings en evolutionair psycholoog Peter Gray doet al jaren onderzoek naar de betekenis van spel in de menselijke ontwikkeling. Door zijn betrokkenheid bij de Sudbury Valley school als ouder heeft hij een verrassend identieke kijk op democratisch onderwijs; het is net een groep jager-verzamelaars! Gray heeft een studie verricht naar het functioneren van de kinderen op Sudbury Valley. (Gray & Chanoff, 1986) en een groot aantal artikelen geschreven over de functie van spel in de ontwikkeling. Een overzicht van zijn ideeën is te lezen op zijn zeer interessante blog freedom to learn. Samen met een student heeft hij een uitgebreide enquête gedaan onder tien antropologen naar de bezigheden van kinderen onder jager verzamelaars. Deze enquete is nooit als zodanig gepubliceerd, maar delen ervan zijn verwerkt in en artikel dat hij in 2009 schreef voor het American Journal of Play (AJP). Zijn conclusie:
Children in these cultures are free to play on their own, essentially all day long, every day. Adults do not provide formal instruction to children and rarely intervene in children’s activities. Adults do not expect children to do much productive work. their assumption, validated by experience, is that young people will, of their own accord, begin contributing to the economy of the band when they are developmentally ready to do so.
Zijn uitwerking over de functie van spel in de cultuur van jager-verzamelaars zijn diepgaand; hij veronderstelt dat jager-verzamelaars zich bewust zijn van het risico af te glijden richting een sociale organisatie gebaseerd op dominantie. Hun cultuur zou dus meer zijn als een simpel gevolg van ecologische factoren, maar ook een element van keus in zich hebben. Volgens Gray is sociaal spel de manier waarop de gelijkwaardigheid in stand wordt gehouden en vertoond dit spel alle kenmerken van vrij spel bij kinderen: men is zich constant bewust van de ander en past het spel telkens zo aan dat de ander zijn behoeften worden erkend, om het spel in stand te kunnen houden.
Vrij van bemoeienis
Ook in de vele andere antropologische studies die ik heb gelezen komt dit beeld naar voren; kinderen zijn vrij zoveel te spelen als willen, ze zijn vrij van morele oordelen, disciplinering , straf, verplicht onderwijs, formele instructie en onderdrukking van hun seksualiteit. Dit strekt zich vaak uit tot ver in de puberteit. (Brody 2004; Chagnon 1993; Turnbull 1961; Kane 1995; Marshall-Thomas 2006) Onderstaand een uitwisseling via de mail over een aantal vragen met Barry S. Hewlett, professor in culturele en evolutionaire psychologie:
IvB) In the books I read about modern-day hunter gatherers it seems that all education is voluntary and self motivated. Is this generally true?
BH) This is probably exaggerated, but it is certainly much more voluntary and self motivated than in the west. Very little formal teaching. Learn by lived experiences, observation, stories, collaborative learning in children. Very little idea of “socializing” children
IvB) If so, why? Is it simply not worth the effort, due to a high child-mortality rate, or is it on the contrary to keep relations free of grudge in order to maintain group-solidarity? Or has it todo with the cultural view on the “self”, which is seen as a divine or at least pristine entity that should be respected?
BH) Not due to high mortality. More due to respect for autonomy of each person…do not intervene…once you start to teach you have to assume you know better then others.
IvB) Could it be that self-motivated learning has been the standard for 99% of time during human evolution?
BH) It is not entirely self motivated…it is more of learning through lived experience, as you may know from my work kids know most skills by age 10
IvB) And could this mean that mainstream forms of education (fixed curriculum, standard program) are actually working against our evolutionary preference?
BH) Evolutionary preference is probably too strong, but that culture is transmitted in very different ways today and that these new ways of transmission have dire consequences
Tot slot nog een citaat uit een boek dat het midden houdt tussen een biografie en een antropologisch werk, en uniek is omdat de hoofdpersoon tegelijkertijd westerling en inboorling (Fayu) is. Technisch gesproken zijn de Fayu geen egalitaire jager-verzamelaars maar een tussenvorm aangezien ze sedentair zijn en sago verbouwen. De hoofdpersoon van het boek is de dochter van zendelingen die is opgegroeid in West Papoea, maar op haar 18de verhuisde naar Duitsland. Daar ervoer ze enorme moeilijkheden om zich aan te passen aan de westerse cultuur:
Om het samen te vatten: het verschil tussen mijn werelden bestaat hieruit dat het leven in de jungle weliswaar lichamelijk zwaarder is, maar psychisch veel beter te verdragen. Het leven in de westerse wereld is fysiek vrij licht, maar geestelijk veel, veel gecompliceerder.
Conclusie
We kunnen een aantal generalisaties maken over de omgang van egalitaire jager-verzamelaars met hun kinderen. Aangezien deze jager-verzamelaars als hele groep model staan voor het totaal aan mogelijke culturen van onze voorouders kunnen we met enige reservering stellen dat de omstandigheden waaronder de mens is ontstaan, het zgn. evolutionaire aanpassing milieu, in veel opzichten volledig tegengesteld is aan onze gangbare en recente manier van omgaan met kinderen, en dat democratische scholen hierop een zeldzame uitzondering vormen.
Literatuur:
Brody, H. (2004) De andere kant van het paradijs. Amsterdam: Atlas
Cochran, G. & Harpending, H. (2009) The 10.000 year explosion: How civilazation accelerated human evolution. New York: Basic Books
Coon, C. S. (1971) The hunting peoples. Middlesex: Pinguin Books
Diamond, J. (2001) De derde Chimpansee: evolutie en toekomst van het dier dat mens heet. Utrecht: Het Spectrum
Chagnon, N. A. (1993) Yanomamö: de nadagen van het paradijs. Amsterdam: Prometheus
Hewlett, B.S. & Lamb, M.E. (2005) Hunter Gatherer childhoods: Evolutionary, developmental & cultural perpectives. New Yersey: Transaction
Kane, J. (1995) Kannibalen. Amsterdam: Atlas
Konner, M. (2002) The tangled wing: Biological constraints on the human spirit. New York: Owl Books
Kuegler, S. (2005) Dochter van de Jungle: een meisje uit de steentijd. Amsterdam: Muntinga
Lee, R.B. & Devore, I. (1968) Man the hunter. Chicago: Aldine publishing company
Neill, A.S. (1972) “Neill! Neill! orange peel!” : an authobiography by A.S. Neill. New York: Hart publishing company
Thomas, E. M. (2006) The old way: a story of the first people. New York: Picador
Turnbull, C. (1961) The Forest People. New York: Touchstone Books
Stange, M. Zeiss (1997) Woman the hunter. Boston Beacon Press
Websites:











Pingback: De laatste iederwijsschool? EénVandaag | vrij-natuurlijk
Pingback: Regeerakkoord Rutte-I: vrijheid en verantwoordelijkheid | vrij-natuurlijk
Het lijkt me onzinnig om een onderwijssysteem te baseren op de opvoeding die jager-verzamelaars hun kinderen 10.000 jaar geleden aanboden, of dus eigenlijk niet aanboden. De samenleving van toen en nu, en de vaardigheden die er toen en nu worden verwacht van een kind dat van school af komt zijn niet met elkaar te vergelijken. Dit lijkt mij weer typisch een voorbeeld van wederom een systeem dat we over 5 jaar zwaar afkraken en opheffen omdat het absoluut niet werkt.
@Johan, volgens mij verwar je democratisch onderwijs met de standaard pappen-nathouden vernieuwingen die idd maar een levensduur van hooguit tien jaar hebben. Democratisch onderwijs daarentegen is al 150 jaar oud, en Summerhill (de bekendste school) viert dit jaar zijn negentigste verjaardag. Bovendien komt je kritiek niet echt overeen met de strekking van het stuk, ik vraag mij dus af hoeveel je ervan gelezen hebt.
De foto op deze pagina is afkomstig van Tongasabi Safaris / Outback Africa, graag een bronvermelding plaatsen.
@Marco, bij deze.